Rekenregels 1 juli 2020 zijn beschikbaar

Rekenregels 1 juli 2020 zijn beschikbaar

9 juni 2020 Uit Door 100% Werkgeverscoach

Rijksoverheid heeft de rekenregels gepubliceerd die gelden vanaf 1 juli 2020. De rekenregels geven u inzicht in de gevolgen van de aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 juli 2020 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.

Ook eventuele beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen zijn opgenomen in dit document.

 

Documenten

Rekenregels vanaf 1 juli 2020 Per 1 juli 2020 zijn er aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon. Ze gelden voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het …
Regeling | 09-06-2020

 

INHOUD

 

Aanpassing daglonen per 1 juli 2020

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 22092 van 22 april 2020) is geregeld dat het (bruto)minimumloon per dag per 1 juli aanstaande met 1,60% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 juli aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2020 vast op € 57.232 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 juli 2020 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumjeugdloon 1juli 2020, jeugsalaris, wml 2020, minimumloon 2020,jeugdloon,

LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. In de rekenregels per 1 januari 2021 volgen de nieuwe criteria voor het LIV.

De tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV) compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon. De criteria voor het jeugd-LIV worden per juli 2020 aangepast. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het jeugd-LIV in 2020:

Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden respectievelijk afgeleid van het referentieminimumloon voor de AOW en het referentieminimumloon voor de bijstand. Conform de systematiek van de netto-nettokoppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van januari 2020.

Sinds 1 januari 2012 wordt de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon voor de bijstand. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon voor de bijstand.
In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd.
Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 juli 2020 de algemene heffingskorting 1,7 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon voor de bijstand (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2020, bij een volledige AOW-opbouw, € 307,56 per jaar (onveranderd per juli 2020).

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2020 € 208,68 per jaar (onveranderd per juli 2020).

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 juli 2020 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.
bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag)

De Regeling tegemoetkoming Wajongers zorgt ervoor dat Wajongers die op 1 januari 18 jaar of ouder zijn, maar nog niet de leeftijd hebben bereikt waarop werknemers recht hebben op het volwassen wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming krijgen in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 juli 2020 als volgt aangepast:
Wajong-gerechtigden onder de 21 jaar worden de hoogtes

De uitkeringsgrondslag van de vervolguitkering WW bedraagt € 83,42 per juli 2020.

Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens onder andere de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA en de IOW indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon.
Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 21 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 20-jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. De kostendelersnorm bedraagt nu 50% voor alle relevante groepen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen per 1 juli 2020 vermeld.

Premies en premiegrenzen

Bijlagen I.1 en II.2 onderstaand beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende 2020.

BIJLAGE I.1

(Premie)grenzen per 1 januari 2020 (onveranderd per juli 2020)

BIJLAGE I.2:
Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)
(Ongewijzigd per 1 juli 2020)

Mutaties premies 2020 ten opzichte van 2019 (in procenten)

Toelichting mutaties

a

In het basispad van het Regeerakkoord zit al een stijging van de basispremie WAO/WIA (in 2020 0,06 procentpunt). Daarnaast wordt de basispremie iets verhoogd om te compenseren voor lagere zorgpremies, voor het verplaatsen van de compensatieregeling transitievergoeding van Awf naar Aof en voor het verplaatsen van de WGA-staartlasten van sectorfondsen naar het Aof.

b

De Whk-rekenpremie is voor 2020 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2019.

c

De Awf-premie heeft vanaf 2020 een laag tarief voor vaste contracten en een hoog tarief voor flexcontracten. Gemiddeld komt de Awf-premie uit op 4,19 procent. De stijging komt voornamelijk door het vervallen van de sectorfondspremie, die gecompenseerd wordt via een hogere Awf-premie.

d

De sectorfondsen vervallen per 2020. Het wegvallen van de sectorfondspremies is lastenneutraal gecompenseerd door de Awf-premie(s) hoger vast te stellen.

e

De UFO-premie wordt iets lager vastgesteld dan in 2019. Dit reflecteert het feit dat de WGA staartlasten niet langer uit het UFO en de sectorfondsen worden betaald, maar uit het Aof.

f

De inkomensafhankelijke zorgpremies dalen voornamelijk vanwege lager dan geraamde zorguitgaven in 2019 en 2020.

g

Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is bijgesteld met de stijging van het wettelijk minimumloon per dag.

Download ‘Rekenregels 1 juli 2020 inclusief bijlage I’

1/3 PDF document | 248 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.1 – II.3’

2/3 PDF document | 195 kB
Regeling | 09-06-2020

Download ‘Bijlagen II.4 – II.5’

3/3 PDF document | 175 kB
Regeling | 09-06-2020

U vindt de rekenregels en bijlagen op rijksoverheid.nl.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,